AANLEG

- WAT HEB JE NODIG EN HOE GA JE TE WERK? WE VERTELLEN HET JE GRAAG -

Zelf graszoden leggen (7-stappenplan)


Een fraaie tuin verdient een mooi en goed aangelegd gazon. Een gazon schept namelijk ruimte in de tuin en biedt kinderen en huisdieren de mogelijkheid om buiten te kunnen spelen.

Wil je graag zelf graszoden leggen, maar weet je niet zo goed hoe dit moet? Onderstaand stappenplan helpt je veelgemaakte fouten te voorkomen en zal ervoor zorgen dat jouw gras groener is dan dat van de buren.

Voor je graszoden gaat kopen is het belangrijk om eerst al het voorbereidende werk te hebben gedaan. Een grasrol is een natuurlijk product welke slechts beperkt houdbaar is. Je kunt gras maximaal twee dagen opgerold bewaren.


Gazonaanleg

Graszoden leggen doe je in principe in 7 stappen. Ben je van plan een oud gazon te vervangen? Bestudeer dan vooral de inleiding aandachtig. Wil je een nieuw gazon gaan aanleggen? Dan mag je de inleiding over slaan.


Oud gras verwijderen

Wanneer je een oud gazon wilt gaan vervangen heb je verschillende keuzes bij het realiseren van het grondwerk. Je kunt de bestaande grasmat omspitten, kapot frezen of volledig verwijderen.

Een oud gazon direct omspitten of kapot frezen is de snelste mogelijkheid, maar heeft zo zijn nadelen. De oude zoden zullen namelijk in de bodem gaan verteren en na verloop van tijd kleiner worden. Dit kan leiden tot ongewenste verzakkingen van de toplaag.

Je kunt een oud gazon daarom het beste volledig afsteken met een schop of zodensnijmachine. Vervolgens voer je al het vrijgekomen materiaal af. Op die manier start je met een zo homogeen mogelijke ondergrond. Daarnaast is een ondergrond zonder vervuiling van oude grasresten later ook het meest makkelijk te egaliseren.


1. Bodemverbetering

De bodem is de basis voor de latere prestaties van het gazon. Nu de grond eenmaal braak ligt, is dit het ideale moment om aan die basis te werken. In een later stadium, wanneer er gras groeit, is dit vele malen moeilijker en vaak ook een stuk duurder.

Bij het vervangen van een gazon met achterstallig onderhoud mag vaak gesteld worden dat de ondergrond niet rijk is aan voeding. Dit geldt meestal ook voor opgebrachte grond in nieuwbouwwijken.

Het gebruik van een bodemverbeteraar is daarom nooit verkeerd. Een bodemverbeteraar stimuleert het bodemleven en verhoogt het organisch stofgehalte, wat de groei van gras ten goede komt.

Breng daarom bij de aanleg van grote gazons bijvoorbeeld een dun laagje verrijkte teelaarde of compost over de toplaag aan. In kleine tuinen kan een handzaam product zoals DCM Vivimus makkelijk zijn.


2. Grondbewerking

Om de graszoden goed te kunnen laten wortelen is het belangrijk dat de ondergrond niet te hard of verdicht is. Om hier zeker van te zijn is het aan te raden om de ondergrond 1 of 2 spaden diep om te spitten.

Wanneer je een bodemverbeteraar hebt toegepast meng deze dan in dezelfde werkgang egaal door de bovenste 20 – 30 cm van de bodem. In een kleine tuin doe je dit het makkelijkst met een schop. Heb je een wat grotere tuin, dan is het handig om een frees te huren.

Het meest belangrijke aandachtspunt tijdens deze stap is om de werkzaamheden absoluut niet uit te voeren wanneer het veel heeft geregend. Werken in een (te) natte bodem kan namelijk ernstige structuurbederf veroorzaken, wat vervolgens op vrij korte termijn vervelende groeiproblemen van het gras als gevolg kan hebben.


3. Aandrukken

Nadat de grond los is geweest en daardoor weer luchtig is geworden, moet deze weer voorzichtig worden aangedrukt. Dit is vaak een lastig klusje. Maak je de ondergrond namelijk te hard, dan heeft het gras serieuze moeite om te kunnen wortelen. Houd je de ondergrond te zacht dan kan deze na verloop van tijd ongelijk gaan nazakken.

Bij de aanleg van kleine gazons verdicht je de grond het beste door deze met je hakken diep, hard en veelvuldig aan te stampen. Bij de aanleg van grote gazons kun je de ondergrond het makkelijkst aandrukken met de wielen van bijv. een tuinfrees of zitmaaier.

Het gebruik van alleen een tuinwals is onvoldoende. Deze drukt de ondergrond wel oppervlakkig aan maar verdicht diepere lagen niet genoeg. De wals komt later in het stappenplan nog wel aan bod.


4. Egaliseren

Nadat je de grond opnieuw hebt aangedrukt ligt deze er waarschijnlijk redelijk ruw en ongelijk bij. Voer daarom met behulp van een smalle hark een eerste grove egalisatie uit. Trap of druk vervolgens de ondergrond daar waar nodig nog eens extra aan. Nu de grond grofweg op de juiste plek ligt kun je aan de slag met een brede hark, plank of waterpas. Strijk alle grond die je te veel hebt naar de plaatsen waar je tekortkomt en blijf daarmee doorgaan totdat je tevreden bent. Het beste zicht op eventuele hobbels en kuilen heb je door op je knieën te werken.

De ondergrond dient uiteindelijk 1,5 centimeter lager te liggen dan het straatwerk. Zorg daarnaast altijd voor een klein beetje afschot richting een sloot of border. Zo loopt er bij een onweersbui nooit water naar je huis of terras en voorkom je plasvorming op het gazon.


5. Bemesten

Vlak voor je start met het leggen van de graszoden is het verstandig om speciale aanlegmest te strooien. Dit zorgt ervoor dat de grasmatten op korte termijn goed vastgroeien. Compost, verrijkte teelaarde of een andere bodemverbeterend product draagt ook zorg voor extra voeding, maar vooral pas op langere termijn.


6. Graszoden leggen

Start met het leggen van de graszoden bij voorkeur langs een rechte lijn zoals bijvoorbeeld een border of stoeprand. Werk in de tuin van achter naar voor en loop tussentijds zo min mogelijk over het gras.

Zorg ervoor dat zowel de lengtenaden als de kopse kanten strak tegen elkaar aan komen te liggen. Snijd de graszoden met een mes of kantensteker op maat en start met het overgebleven stuk in de volgende baan. Zo ontstaat vanzelf een stevig half verband.

Vul indien nodig de buitenkant van het gazon aan met wat aarde om daarmee uitdroging van de randen te voorkomen. Zorg er tot slot voor dat de wortels van de graszoden goed contact maken met de ondergrond. Je kunt de grasmatten aankloppen met behulp van een platte schop of aanrollen met een tuinwals.


7. Water geven

Geef de graszoden na het leggen direct water. Afhankelijk van het weer is het de eerste dagen na aanleg iedere dag nodig om genoeg water te blijven geven. Zorg ervoor dat de graszoden volledig doordrenkt raken en de ondergrond goed vochtig blijft. Controleer dit regelmatig door een hoekje van het gras op te tillen.

Zodra de graszoden na 10 tot 14 dagen zijn vastgegroeid kun je langzaam gaan minderen. Sproei bij erg zonnig weer niet alleen ’s ochtends of ’s avonds maar ook overdag. Er is hierbij geen kans op verbranding. Het biedt het gras juist verkoeling.


Nazorg

De eerste 10 – 14 dagen na aanleg is het verstandig om het gras zo min mogelijk te betreden. Het verzetten van de sproeier mag natuurlijk wel. Let wel op dat je vooraf het water goed door laat zakken en geen gaten trapt in je nieuw gazon.

Zodra de graszoden na 2 – 3 weken stevig zijn vastgegroeid mag je deze voor de eerste keer maaien. Pas op voor beschadigingen en ga vooral voorzichtig te werk. Maai zo veel als mogelijk in de lengterichting van de graszoden.

Zorg er tijdens het grasmaaien voor dat je niet meer dan een derde van de lengte afmaait. Maai het gras tijdens het groeiseizoen één of twee keer per week en werk daarbij stapsgewijs naar de ideale maaihoogte van 3 cm toe.